
In een eindpresentatie over de klimaatvriendelijke melkveehouderij, een gezamenlijk project van de Hogeschool voor Economie en Milieu Nürtingen-Geislingen (HfWU), Nestlé, Original Wagner Pizza GmbH en Hochwald Foods GmbH, documenteren de projectpartners voor het eerst uitgebreid het effect van klimaatbeschermingsmaatregelen op een representatieve melkveehouderij, de Frese-Hof in het Hessische Mörshausen. Het doel van dit proefproject, dat eind 2021 van start ging, was om manieren aan te reiken om de melkproductie tegen 2050 klimaatvriendelijker te maken, zonder de economische levensvatbaarheid van de bedrijven in gevaar te brengen. De resultaten zijn nu gepubliceerd in een uitgebreid voortgangsrapport, aangevuld met praktijkgerichte profielen waarin de effectiviteit en rendabiliteit van de afzonderlijke maatregelen worden beoordeeld.
Meetbaar succes bij CO₂-reductie
De klimaat-melkveehouderij is stevig verankerd in de toeleveringsketen, zodat de CO₂-reductie van de boerderij tot het product – in dit geval kaas voor de productie van pizza’s – transparant kan worden gevolgd. Sinds de start van het project zijn talrijke operationele en technische maatregelen geïmplementeerd en wetenschappelijk begeleid.
Kern van het project is de emissieberekening met behulp van het Cool Farm Tool (CFT)-balansprogramma. Eerst werd een uitgangswaarde (“nulpunt”) voor het bedrijf Frese bepaald op basis van het boekjaar 2020/21. Vervolgens werden jaarlijkse emissieberekeningen gemaakt om het effect van de reductiemaatregelen inzichtelijk te maken. In vergelijking met de uitgangswaarde (boekjaar 2020/2021) bedroeg de vermindering van CO2e per kilogram melk in het boekjaar 2024/2025 ongeveer 35 procent.
Detlef Latka, Chief Executive Officer van Hochwald Foods GmbH: “De ervaringen op de klimaat-melkveehouderij maken duidelijk: klimaatbescherming in de landbouw is onontbeerlijk, maar kost geld. Dit zet de economische stabiliteit onder druk – praktijkgerichte, wetenschappelijk onderbouwde benaderingen zijn daarom des te belangrijker om dit doelconflict op te lossen.” Oliver Schoß van Original Wagner Pizza GmbH vult aan: “Een groot deel van onze broeikasgasemissies ontstaat helemaal aan het begin van onze toeleveringsketen – bij onze grondstoffen. Project klimaat-melkveehouderij heeft aangetoond welke maatregelen bijzonder veelbelovend zijn voor kaas. Deze waardevolle inzichten moeten we nu delen met onze partners in de toeleveringsketen en in praktijk brengen.”
Meest effectieve maatregelen
De maatregelen worden onderverdeeld in interne landbouw (stal, voeding, energie, mestbeheer) en externe landbouw (voederteelt, bemesting, plantaardige productie).
De meest effectieve individuele maatregel in de interne landbouw is de vergisting van gier of vaste mest in een externe biogasinstallatie. Ook het toevoegen van een additief aan gier en het gebruik van een voederadditief om de methaanemissies uit de spijsvertering te verminderen, hebben een groot reductiepotentieel. Het gebruik van dergelijke additieven is echter vaak kostbaar en zonder subsidie niet haalbaar.
Voeder- en voedercontrole, gebruik van inkuilingsmiddelen en intensieve kalver- en jongveeopfok verhogen de voerefficiëntie en verminderen eveneens de CO2e-emissies.
Teeltmaatregelen zoals de teelt van peulvruchten/menggewassen of koolstofvastlegging bleken weersafhankelijk te zijn en konden niet altijd volledig worden meegerekend.
Dr. Stephan Schneider, professor aan de Hogeschool voor Economie en Milieu (HfWU): “De belangrijkste conclusie is dat alleen al de toepassing van goede vaktechnische praktijken op een melkveebedrijf vandaag de dag leidt tot een verbeterde CO₂-voetafdruk. Hiervoor moet het bedrijfsmanagement consequent worden geoptimaliseerd en geprofessionaliseerd. Terwijl afzonderlijke maatregelen in de interne bedrijfsvoering zowel ecologisch, economisch als sociaal voordelig zijn, hebben andere maatregelen een zwak punt op economisch/sociaal gebied, waardoor ze zonder ondersteuning van de bedrijven niet kunnen worden geïmplementeerd.”
De economische component speelt bij veel maatregelen een belangrijke rol. Voor landbouwbedrijven die klimaatmaatregelen op korte en lange termijn implementeren, moeten enerzijds de wettelijke en bureaucratische randvoorwaarden planbaar en zeker zijn, terwijl anderzijds de kosten geen gevaar mogen vormen voor de economische stabiliteit van het bedrijf.
Ervaringen en uitdagingen
Het rapport benadrukt dat de motivatie en eigen verantwoordelijkheid van de bedrijfsleider cruciaal waren voor het succes. Mario Frese heeft met ondersteuning van het projectteam talrijke maatregelen doorgevoerd en een aanzienlijke hoeveelheid documentatie verwerkt. Mario Frese: “Veel maatregelen kunnen met weinig moeite worden geïmplementeerd nadat ze op het bedrijf zijn ingevoerd. Ik zal die zeker op onze boerderij blijven toepassen.”
Er waren echter ook uitdagingen tijdens het project, bijvoorbeeld bij het opstellen van de balans: niet alle besparingen zijn direct meetbaar – veel besparingen hebben een indirect effect, bijvoorbeeld door efficiëntieverbeteringen in de interne bedrijfsvoering. Maatregelen op het gebied van gewassen zijn weersafhankelijk, wat het moeilijk maakt om ze te berekenen. Vertragingen in de subsidieprocedures leidden tot voorlopige tussenoplossingen in het stal- en voerbeheer.
Overdraagbaarheid en vooruitzichten
Het project wordt voortgezet tot april 2026 om meer gegevens te verzamelen. De resultaten hebben een modelkarakter. Een aantal maatregelen – aangeduid als zogenaamde “low hanging fruits” – konden op korte termijn en kostenefficiënt door het bedrijf worden geïmplementeerd. Afhankelijk van de individuele omstandigheden zijn er op elk bedrijf low hanging fruits aanwezig in verschillende soorten en aantallen. De bevindingen en resultaten van het project worden meegenomen in het duurzaamheidsprogramma Hochwald Milch Plus, waarmee alle aangesloten bedrijven worden ondersteund bij de implementatie van CO₂-reductiemaatregelen en zo worden bijgedragen aan het behalen van klimaatdoelstellingen in de hele waardeketen.